Zelfrijdend busje komt zo

Deze column schreef ik in 2015 en is waargebeurd.

2020

Randy Semeleer

Mensen die mij een beetje kennen weten dat ik een voorstander van en gelover in de zelfrijdende auto ben. Regelmatig noem ik het inmiddels bijna magische jaartal twintigtwintig als een mantra. Dan moet de eerste commercieel verkrijgbare zelfrijdende auto van de lopende band rollen. Nog vijf jaar te gaan… Ook vertel ik graag over de laatste testresultaten die bekend zijn gemaakt, wetgeving wat wordt aangepast, budgetten die worden vrij gemaakt, toffe video’s die zijn gepubliceerd, hoeveel makkelijker en veiliger deze innovatie ons leven gaat maken en wat voor impact het zal hebben op hoe we onze wereld inrichten. En het liefst fantaseer ik erop los wat er allemaal mogelijk gaat worden dankzij de zelfrijdende auto.

Nu rijdt er in Rotterdam al een flinke tijd een zelfrijdende bus. Al een jaar of veertien schat ik zo, misschien al langer. Dit weet ik omdat ik toen ik nog studeerde er al wel eens gebruik van maakte. Deze rijdt van metrostation Kralingse Zoom naar het bedrijvenpark Rivium en heeft een paar haltes waarna het busje weer terugrijdt. Helaas is het sinds de implementatie niet bepaald geüpdatet met de laatste technologie. Het is zeker géén Nederlandse versie van de Google self-driving car. Hij rijdt op een aparte baan en als hij eraan komt dan gaan op kruisende wegen slagbomen dicht.

Recent nam ik deze bus naar mijn werk en na één halte keerde deze om. Omdat ik nog niet bij mijn halte was besloot ik uit te stappen en verder te lopen. De zelfrijdende bus rijdt normaal over een brug over de N210. Ik wist niet waar ik anders over kon steken en bleef op de baan lopen. Het is een vrij brede baan, maar toen ik bij de brug kwam zag ik dat het terug ging naar één baan. Terwijl ik over de brug liep maakt één gedachte zich mij meester. Hoe ironisch zou het zijn als ik, dé advocaat op kleine schaal van de zelfrijdende auto, nu het eerste Nederlandse slachtoffer zou worden van een ongeluk met een zelfrijdende voertuig? Misschien wel het eerste slachtoffer ooit. Toen ik richting het einde van de brug wandelde kwam mijn dagmerrie bijna uit. Ik hoorde een zoom, draaide me om en zag achter me een zelfrijdende bus om me afstormen. Ok, ze gaan niet heel snel, maar het is toch een metalen doos die op je afkomt. Voor ik iets kon doen schoot het busje vol in de ankers. Gelukkig werkten de sensoren met de leeftijd van een derdejaars middelbare scholier nog goed.

Ik ging zo snel mogelijk van de baan af terwijl het busje achter mij aan hobbelde waarna ik mijn weg vervolgde. Mijn aanname dat als één busje niet verder zou rijden, alle busjes niet verder zouden rijden bleek dus niet te kloppen. Een aanname die me bijna fataal werd. Het waaide en regende en ik begreep later dat dit wel eens effect heeft op de performance. Gelukkig was het tweede busje ook met het slechte weer nog alert. En in twintigtwintig neem ik gewoon z’n zelfrijdende aanverwant naar het Rivium. Of waar dan ook naartoe.

Deze column schreef ik in 2015 en is waargebeurd.